Header

Safety


Algemeen Veiligheid Maatregels

  • Let erop dat uw kindje altijd vrij kan ademen.
  • Draag uw kind nooit onder een dichte jas. Als een kindje onder een jas wordt gedragen, moet het gezichtje altijd boven de jas uitkomen.
  • Hou de temperatuur in de gaten. De zon is gauw te warm op het hoofdje van een kind en als het koud is, zit uw kindje stil en kan het snel koud krijgen. Controleer regelmatig hoe uw kindje zich voelt.
  • Wees extra voorzichtig met het gebruik van een draagdoek bij te vroeg geboren kindjes, zij hebben meer moeite om genoeg zuurstof op te nemen.
  • Oefen eerst met omdoen, afdoen, openen, sluiten en eventueel knopen zonder kind.
  • Een draagzak zit op de juiste hoogte als de drager het kindje een kusje op zijn hoofdje kan geven.
  • In een draagdoek ligt uw kind het beste ter hoogte van uw borst.
  • Let er bij elk gebruik op of de sluiting goed dicht klikt.
  • Controleer bij een knoopdoek de knoop regelmatig.
  • Gebruik de buikdrager niet als de banden kapot of versleten zijn.
  • Let erop dat uw evenwichtspunt verandert bij het dragen van een buikdrager.
  • Wees extra voorzichtig met vooroverbuigen, bukken of leunen.
  • Met een buikdrager ziet u niet waar u uw voeten neerzet, let extra op om niet te struikelen.
  • Maak in het begin geen lange wandelingen met uw kindje.
  • Draag uw kind niet in een buikdrager tijdens het koken, op de fiets, in de auto, op de motor of tijdens het sporten (bijvoorbeeld skaten).